maandag 19 september 2016

Vakantie 2015, de terugreis



Dit is alweer het laatste deel van het verslag van onze reis naar Lowestoft en Whitby.

Het weer zit niet mee, tijdens deze tocht. Een aanhoudende harde wind houdt ons al twee weken lang in Whitby. Maar dan ineens, menen we een mogelijkheid te zien..

De wind zal gedurende anderhalve dag iets afnemen, voor hij op volle kracht weer terug komt. Niet genoeg tijd om naar Nederland over te steken, maar wel genoeg tijd om naar het zuiden af te zakken. Daar zal volgens de voorspellingen de wind minder hard zijn. Vanaf daar willen we de oversteek maken. Ikzelf vind het nog best eng. Wat als het gebied met harde wind meer naar het zuiden afwijkt dan voorspeld is? Dan komen we alsnog in slecht weer terecht. Maar echt veel keus hebben we niet. De voorspellingen voor de hele volgende week zijn nóg slechter.

In de namiddag vertrekken we. De eerste paar uren staat er nog een behoorlijke golfslag. Maar als ik in de vroege ochtend mijn slaapzak uit kruip is het alweer een stuk rustiger. Zachtjes glijden we langs de boorplatformen, naar het zuiden. Een dagje relaxed zeilen. Maar toch ook niet helemaal. Is dit stilte voor de storm? Gaan we hard genoeg? Moet de motor niet bij? 
 
We zijn weer op weg!
Al met al schieten we redelijk op. De 'veilige' zuidelijke helft van de Noordzee komt steeds dichterbij. Ik krijg meer en meer het vertrouwen dat we niet meer geraakt gaan worden door harde wind. Of, tenminste, wind die ik niet meer relaxed vind. Maar, zo blijkt achteraf, vertrouwen is maar een gevoel. En in een gevoel kan je je behoorlijk vergissen...

Als ik de volgende ochtend wakker word ziet de wereld er héél anders uit. De voorspelde wind is gearriveerd. Van de kalme zee is niets meer over. De golven zijn steil én hoog.

We besluiten twee rifjes te steken. Daarna gaat Ivo naar bed en is de boot van mij. Dankzij het rif heb ik van de wind niet veel last. Van de golven echter des te meer. Ze slingeren de boot werkelijk alle kanten op. Het is hard werken om de boot recht te houden. Maar langzaam maar zeker krijg ik er handigheid in. De stress maakt plaats voor een lach op mijn gezicht. Ik kan dit! Dat duurt echter niet lang. Na een uurtje of twee gebeurt namelijk precies datgene waar ik al die tijd al bang voor was...

Het zuiden krijgt toch een zwieper mee van het slechte weer. De wind schakelt ineens zomaar een paar versnellingen hoger. En de golven ook. Ik heb veel vaker met stevige wind gezeild. Maar dit soort golven heb ik nog nooit eerder gezien. Het is beangstigend. We worden werkelijk alle kanten op gesmeten...

Als we voor de vierde of vijfde keer op een haar na plat zijn gegaan neem ik een besluit. Ik verlaat onze oorspronkelijke koers naar het zuidwesten en ga pal zuid varen.

Stilte voor de storm?
Dat is de snelste weg naar de veiligheid, hoop ik. Er zit een heel groot stuk zee tussen de oostkust van Engeland en onze boot. In dat grote stuk kunnen de golven zich met deze westenwind behoorlijk opbouwen. Ten zuiden van ons maakt de kust van Engeland een grote bocht naar het oosten. Ik hoop dat we daar, dichter bij het land, meer beschutting zullen vinden. En een haven. Ik wil bij Great Yarmouth naar binnen. Ivo, die inmiddels ook wakker is, vraagt zich af of dat wel verstandig is. Maar ik wil maar een ding, weg van hier.

De bocht naar het oosten biedt inderdaad de beloofde beschutting. De golven worden handelbaarder. Maar de wind neemt nog meer toe. We besluiten het grootzeil weg te halen. Zelfs op de fok is het nog heftig. Langzaam komen we dichterbij de haven van Great Yarmouth.

Een lastige aanloop. Net als bij Lowestoft liggen er ten zuiden van ons, voor de haveningang, flinke zandbanken met windmolens. We zitten een paar mijl oost van het land en er staat een behoorlijke stroming die ons naar die windmolens weg zet. We moeten terug naar het westen, maar moeten al noordwest sturen om de kardinaal voor de zandbank aan de juiste kant te passeren.

We moeten een poosje hoog aan de westelijke wind tegen de stroom in beuken, maar het is de enige optie om nog bij het land te komen. Met alleen een fokje schiet dit niet erg op. De stroming is sterk - zeker vier knopen. Heel langzaam komt het land dichterbij, maar ook de kardinaal en de windmolens. We redden het maar net, als we er voorbij kruipen gaan we overstag en vallen we zuidwaarts af. Nu met de stroom mee.

De ingang van Great Yarmouth verschuift snel aan de horizon. We gaan hem niet redden op onze huidige koers. Dus we moeten weer die vervelende noordwestelijke koerst gaan varen om er te komen. Maar de ingang is heel smal. Een klein foutje en we liggen op de stenen. Deze haven gaat hem dus niet worden...

Een bekende valkuil. Met slecht weer op zee schreeuwt je instinct: weg hier! Maar onder zulke omstandigheden is een haven aanlopen vaak gevaarlijker dan op open zee blijven.

Maar als deze haven aanlopen niet lukt, wat doen we dan? Ivo heeft weer een nieuwe weersvoorspelling binnen gehaald. Volgens die voorspellingen neemt de wind af en blijft hij west, voor de komende twee dagen. Een perfecte wind om mee over te steken. Gewoon doorgaan? Toch die oversteek erachteraan plakken?

Mijn eerste gedachte is: nééé! Maar ik merk dat de wind om mij heen begint af te nemen, precies zoals voorspeld. Langzaam komt de rust weer terug. En ik denk bij mezelf: waarom ook niet? Ivo en ik spreken af dat ik eerst een half uurtje plat ga, om de ergste vermoeidheid eraf te halen. Daarna neem ik de eerste wacht.

Onderweg zien we een paar bijzondere schepen
Wat volgt is een relaxte overtocht. Voor de wind zeilen in een lekker zonnetje, in de nacht naar de sterren kijken. Het wachtlopen gaat prima en we voelen ons vrij uitgerust. Het vertrouwen keert langzaam weer terug. En, niet onbelangrijk, deze keer blijft het vertrouwen ook. We besluiten niet bij IJmuiden naar binnen te gaan, maar door te varen naar Den Helder. Tegen de avond glijden we bij het Marsdiep naar binnen. We hebben het tij mee en voor we het weten zijn we bij Den Oever. We kunnen nog nét de laatste sluis meepakken.

De Lange Jaap, bij Kijkduin. Eindelijk weer terug in Nederland
De wind wakkert weer aan, tot een kleine vijf. Normaal is het stuk Lemmer-Den Oever een behoorlijke dagtocht. Maar met deze wind racen we er in zes uurtjes heen. Vreemd genoeg staan er bijna geen golven. Met vijf knopen vliegen we midden in de nacht over een vlak IJsselmeer. Een onwerkelijke ervaring. 
 
We pakken nog net de laatste sluis bij Den Oever
Tegen het ochtendgloren leggen we aan bij de sluis. In één ruk terug gevaren van Whitby naar Lemmer. Drie dagen, tien uur en vijfenveertig minuten. Een koffer vol verhalen en ervaringen rijker. We zijn heel blij dat we na de mislukte aanloop bij Great Yarmouth, er toch voor gekozen hebben om alsnog de oversteek te maken. Blij dat we over onze angst heen zijn gestapt. Blij dat we alsnog een schitterende overtocht gehad hebben, waardoor het vertrouwen weer is teruggekomen. Morgen zullen we rustig de boot op gaan ruimen, familie ontmoeten, mooie verhalen vertellen. Maar nu eerst maar eens onze slaap inhalen! 

Midden in de nacht, met vijf knopen over een kalm IJsselmeer. Een bijzondere ervaring
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen