zondag 30 augustus 2015

VOC schepen in beeld

Halve Maen (Saviël)
Binnenkort heb ik mijn eerste, echte expositie. Samen met twee andere kunstenaars, Daphny van den Ing (Saviël), en Wim Mast de Gooier, exposeer ik in september een serie tekeningen van VOC schepen. Spannend! Maar de echte sterren van de expositie, dat zijn natuurlijk de schepen zelf. Vandaar dat ik in deze post aandacht besteed aan dit Nederlandse erfgoed. Wat is de achtergrond van deze mooie schepen?

Duyfken (Saviël)
Duyfken was een klein, dapper scheepje. Zij was een pinas, een snelvarend verkenningsjachtje. Dit scheepje had een laadvermogen van ongeveer vijftig á zestig ton. Ter vergelijking: de grotere vrachtschepen hadden een laadvermogen van zevenhonderd ton of zelfs meer. Duyfken is het eerste Europese schip dat een gedocumenteerde landing in Australië gemaakt heeft. Een replica van het scheepje bleek zeer zeewaardig. In 2001 voer het van Fremantle (Australië) naar Nederland, ter ere van 400 jaar VOC. Een harde wind van veertig knopen onderweg werd goed doorstaan. De bemanning moest wel van begin af aan leren hoe ze deze boot moesten zeilen. In de tijd dat de originele Duyfken gebouwd is, bestonden er namelijk nog geen zeilinstructieboekjes. Het schip is nu weer terug in Australië.

Dit scheepje is niet het enige scheepje dat Duyfken heette. Er hebben meerdere Duyfkens bestaan. Zij waren vernoemd naar de duif die Noach ter verkenning uit liet vliegen. Een andere Duyfken maakte deel uit van de eerste Nederlandse handelsexpeditie naar Oost-Indië.

Prins Willim (Joke)
Beter zocht je maar geen ruzie met de Prins Willim, want met zijn veertig stuks kanonnen voorzag deze jongen je zo van een extra patrijspoortje. Vaak worden schepen met 'zij' aangeduid, maar de Willim was zonder twijfel een 'hij'. Een al militair en maritiem machtsvertoon. Met zijn laadvermogen van 1200 ton was Prins Willim misschien wel het grootste VOC-schip ooit. De Prins was een spiegelretourschip, het bekendste type vrachtschip uit de VOC tijd. Deze schepen waren goed bewapend. In feite waren het iets lichter bewapende versies van de oorlogsschepen van de VOC.

Waarom er Willim op de boot stond in plaats van Willem, daarover verschillen de meningen. Sommigen denken dat dit is omdat men te weinig ruimte had voor de volledige naam. De 'e' in Willem werd daarom vervangen door de iets minder plek innemende letter 'i'. Volgens anderen is dit onzin. Willim was waarschijnlijk de toen gangbare spelling van de naam Willem.
Een Japans pretpark bestelde in de jaren tachtig een replica van Willim (al was dit schip volgens sommigen niet waarheidsgetrouw genoeg om de naam replica te mogen dragen). Toen dit park failliet ging werd deze replica overgenomen door een attractiepark in Den Helder. In 2009 is deze replica afgebrand. Het casco herbouwen bleek helaas te duur. Jammer, want het moet een gave ervaring zijn om deze reus te kunnen bezichtigen.

Halve Maen (Saviël)
Dit scheepje heeft qua uiterlijk veel weg van de Duyfken. Ook de Halve Maen is een jacht en/of pinas. Het scheepje werd in 1609 in gebruik genomen. Een door de VOC ingehuurde Engelsman, Henry Hudson, vertrok met het scheepje naar Noord-Amerika. Doel was om een 'doorsteek' door het continent te vinden, zodat men via Noord-Amerika naar de Stille Oceaan kon varen. De concurrentie in die tijd was moordend. Alternatieve vaarroutes naar 'de oost' waren dan ook zeer welkom.

Na een aantal maanden speuren langs de Oostkust van Amerika ontdekte Hudson een water dat breed genoeg was om een mogelijke doorsteek te vormen. Dit was de later naar hem vernoemde Hudsonrivier. Afgezien van het ontdekken van zijn eigen rivier had Hudson weinig succes. Na 200 kilometer stroomopwaarts varen werd de rivier wel érg nauw. Hudson besloot onverrichter zake terug te keren.

Van de Halve Maen zijn twee replica's gemaakt. In 1909 was een Nederland gebouwde replica het stralende middelpunt van een vlootschouw in New York. Dit schip is helaas een aantal jaren daarna afgebrand. In 1989 werd er een tweede replica gebouwd. Deze ligt nu tijdelijk in Hoorn, open voor publiek

Zeehaen (Joke)
In een serie scheepsportretten van de VOC mag een zogenaamde Fluyt niet ontbreken. De grote, prachtig versierde spiegelretourschepen zijn echte eyecatchers, maar de Fluyt heeft een minstens zo belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de VOC. Fluyten waren de werkpaardjes van de VOC. Ze voeren in convooi met de spiegelretourschepen. Fluyten rolden in grote getale van de lopende band af (bij wijze van spreken, dan). Na één geslaagde reis naar de Oost waren de bouwkosten al terugverdiend. Het waren dan ook echt wegwerpschepen. Nieuwe Fluyten bouwen was economisch interessanter dan een ouder exemplaar goed onderhouden. Gemiddeld ging een Fluytschip ongeveer twee Indië-reizen mee.

Fluyten en (diverse andere VOC schepen) hadden een typische vorm. Een bolle romp loopt spits toe, in een zéér smal bovendek. Dit had alles te maken met Hollandse zuinigheid. In de Oostzee, waar de VOC ook actief was, werd de scheepsbelasting aan de hand van het dekoppervlak bepaald. De uitgekookte Hollanders maakten dat dek uiteraard zo klein mogelijk, zonder op laadruim in te willen leveren! Ondanks dat het een wegwerpschip was, heeft het Fluytschip de Zeehaen toch eeuwige roem weten te vergaren. Dit was namelijk een van de twee schepen waarmee Abel Tasman Tasmanië ontdekt heeft.

Batavia (Saviël)
De Batavia, waarschijnlijk de bekendste replica van Nederland. De eerste Batavia is tijdens haar eerste reis jammerlijk op een rif gelopen. De overlevenden strandden op een eilandje in de buurt van Australië, waarna een deel van de bemanning met een sloep vertrok om hulp te halen. Toen zij weg waren brak er muiterij uit. De muiters vermoordden zo'n 120 mensen. Het schip Saerdam, dat gestuurd was om de overlevenden te redden, maakte korte metten met de muiters. Vrijwel alle muiters kregen ter plekke of later de doodstraf. Dit verhaal sprak toentertijd erg tot de verbeelding. Er kwam een boek over uit, dat door een groot publiek verslonden werd (Ongeluckige voyagie, van't schip Batavia, nae de Oost-Indien). Ook toen had de pers al door dat mensen dol waren op sensatie..

Wie wel eens langs de Batavia gevaren is in Lelystad, heeft zich vast afgevraagd waarom deze grote boot zulke korte mastjes heeft. Dat komt doordat de boot het bovenste stuk van haar masten gewoon ingetrokken heeft! Ten tijde van de Gouden Eeuw kon men geen hoge kwaliteit verstaging maken. Men was vooral afhankelijk van vlas en henneptouw. Lange masten waren daarom gevoelig voor breken. Niet alleen door zeildruk, maar ook door de slingerbewegingen van het schip. Daarom werd er een verlengstuk aan de mast gemaakt, dat men bij slecht weer kon strijken. Zo kon er bij rustig weer toch nog extra zeil gevoerd worden. Zo'n verlengstukje heette een steng.

Statenjacht De Utrecht (Joke)
Niet alle VOC schepen waren imposante driemasters die de wereldzee bevoeren. De heren die het grootste bedrijf ter wereld runden moesten, net zoals zakenlui nu, snel van A naar B vervoerd kunnen worden. Daarvoor waren er zogenaamde compagniejachten in gebruik. Deze jachten waren in feite gewone platbodems, maar wel uitbundig versierd. Vaak uitgerust met een 'galjoen'. Dat is een constructie aan de voorkant, van waaruit de boegspriet bediend kan worden. Nét als op de grotere schepen, die naar de Oost voeren. Op het achterdek was ook een mooi paviljoentje, zodat het de hoogwaardigheidsbekleders tijdens de reis over het water niet aan comfort ontbrak. Je vervoert je topmannen uiteraard niet op iets wat op een boerenschuit lijkt!

Opvallend: Het Statenjacht De Utrecht had geen giek, maar een vierkant zeil dat aan een gaffel bevestigd was. Ook van het Statenjacht Utrecht is een replica gebouwd. In de zomer vaart zij als charterschip over de Nederlandse wateren, in de winter doet zij dienst als eetcafé.

De Batavia en de 7 Provinciën (Wim Mast de Gooier)
Het grote succes van de Nederlanders op het gebied van de overzeese handel had zo ook zijn keerzijde. Andere landen waren jaloers op de hegemonie van de Hollanders. Vooral Engeland wilde de Hollanders graag een toontje lager laten zingen. Het was al een keer tot een oorlog tussen de twee landen gekomen en in de zomer van 1664 was de dreiging van een nieuwe oorlog reëel. Daarom besloot de Nederlandse marine tot de bouw van in totaal zesendertig oorlogsschepen, waaronder de 7 Provinciën. In krap acht maanden werd het zesenveertig meter lange schip uit de grond gestampt. Het schip had maar liefst tachtig stukken geschut, twee keer zoveel als de Prins Willim.

De angst voor een nieuwe oorlog met Engeland bleek zeker niet ongegrond. Begin 1665 brak de Tweede Engelse Oorlog uit. Het nieuwe oorlogsschip nam deel aan verschillende zeeslagen in deze oorlog, onder leiding van de beroemde Michiel de Ruyter. In de jaren negentig werd op de Bataviawerf in Lelystad begonnen met een replica van het beroemde schip. Helaas werd de geldkraan al dicht gedraaid voordat het schip af was. Het half afgebouwde schip en haar prachtig versierde achterspiegel zijn nog steeds in Lelystad te zien.

Dromedaris (Joke)
De Dromedaris maakte deel uit van de vloot waarmee Jan Van Riebeeck uitvoer om een kolonie op de Kaap de Goede Hoop te stichten. De Dromedaris was van het type jacht, een scheepstype dat nauw verwant is aan de pinas. Vaak werden de termen door elkaar gebruikt. Deze tekening is een vrije interpretatie van het schip, gemaakt aan de hand van wat spaarzame plaatjes van modellen en replica's. De achterkant van het schip was uitbundig versierd. Wij Hollanders een calvinistisch volkje? Aan de schepen is het in ieder geval niet af te zien..

Op de achterkant van de boot is een driehoekig latijnzeil te zien. Veel schepen uit die tijd hadden zo'n zeil. Het werd gebruikt om het schip op koers te houden. Ook kan het schip, zoals veel schepen uit die tijd, twee zeilen op de boegspriet voeren. Een zeil staat op een mastje dat weer op de boegspriet staat. Dit zeil heet de bovenblinde. Onder de boegspriet hangt ook nog een ra met een (gestreken) zeil. Dit zeil werd de blinde genoemd.

Nieuwsgierig geworden? De expositie loopt van 29 augustus tot 26 september, in de Hiva Oa Art Gallery in Lelystad. De galerie is open op zaterdag vanaf 13:00 en op afspraak.

Adres:
HIVA OA Art & More
Lelybaan 52, 8242 KB Lelystad
http://www.hivaoa.nl/Welkom.html

Waterkampioen, juninummer 2002
Waterkampioen, meinummer 2003
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen