zaterdag 9 april 2016

Vakantie 2015. Op naar Whitby!

Wij gaan door!
Na een ontspannen oversteek van IJmuiden naar het Engelse Lowestoft, hebben Ivo en ik besloten om door te varen naar Whitby. De wind zit niet bepaald mee, dus doen we vrij lang over de overtocht. Als we in de derde nacht door harde wind overvallen worden, besluiten we uit te wijken naar het nabijgelegen Scarborough. Als we daar tegen zonsopgang aankomen, blijkt de haven vol. De wind is een klein beetje gaan liggen en we zijn toch bijna in Whitby, dus we besluiten meteen door te gaan.

Hoewel de wind iets rustiger is geworden, staat er nog steeds wel een een dikke vijf Beaufort. En we moeten opkruisen, dus dat is hoog aan de wind door de golven beuken. Volop actie! Maar na drie dagen op zee is dat stoere, scheve gespetter toch wel wat vermoeiend. Dus gaat het eerste rif er in. En als Doordraijer na een half uur weer scheef op één oor ligt, zetten we ook maar een tweede rif. Ik merk dat ik er echt naar uitkijk om weer op land te zijn.

Hemelsbreed is de afstand van Scarborough naar Whitby ongeveer vijftien mijl. Maar omdat we moeten kruisen, is dat toch nog wel een lang stuk. En net als de stroom tegen gaat staan, gaat ook de wind eraf. Het laatste stuk zullen we op de motor moeten doen. Erg jammer. Omdat de stroom tegen staat, schiet het motoren ook niet bepaald op. Met de wind is alle actie verdwenen en daarmee ook de adrenaline. Ineens merken we allebei dat we de vorige nacht niet geslapen hebben. Het is een klassieke fout: door de ochtendzon krijg je weer energie, merk je niet hoe vermoeid je bent en word je overmoedig...

De laatste loodjes..
Vechtend tegen de slaap motoren we naar Whitby toe. Dat is nog niet zo eenvoudig. Ik heb de neiging om de kustlijn te willen volgen, maar bij Whitby zitten er gevaarlijke rotsen onder water. Die rotsen worden gemarkeerd door een boei, een noordkardinaal. Als we de kardinaal voorbij zijn, moeten we de haven aanlopen. Ik kan de haveningang niet zo goed zien, ik zie alleen maar beton. Maar volgens Ivo liggen we goed op koers. En dan ineens, opent zich een gaatje en varen we de rivier op. Om ons heen zijn hoge kliffen waar schattige huisjes op gebouwd zijn. Op de hoogste rotspunt staat de ruïne van een oude abdij. Sprookjesachtig, zeker vergeleken bij Lowestoft. 
 
We zijn er!
Whitby is niet zo groot, maar het is er wel druk. Over de kades wandelen tientallen toeristen, die ons nieuwsgierig gadeslaan. Eentje steekt zelfs zijn duim op. Na drie dagen alleen op zee is dit wel eventjes wennen! Zouden ze hier ook meivakantie hebben? We knopen ons bootje vast aan het ponton voor de brug. Daar moeten we wachten tot het water hoog genoeg is om verder te kunnen, door naar de jachthaven. Tijd voor koffie. Dat kunnen we wel gebruiken..

Daarna varen we naar de jachthaven. Een paar drijvende steigers, midden in de rivier, met een prachtig uitzicht op het dorp. We worden al opgewacht door een vriendelijke havenmeester, die ons helpt met aanmeren. Volgens hem zijn wij dit seizoen pas de tweede Nederlandse boot die hier is komen liggen. Het weer valt deze lente erg tegen.
 
Uitzicht vanaf de jachthaven
Na drie dagen blikvoedsel en mueslirepen zijn we erg toe aan een warme maaltijd. We besluiten om te kijken of we ergens iets kunnen eten. Omdat we erg moe zijn, hebben we geen zin in een echt restaurant met alles erop en eraan. Dus strijken we neer in een afgeladen fish-and-chips tentje, vlak bij de jachthaven. Ik weet uit ervaring dat Engelse fish and chips nou niet echt bepaald een aanrader zijn, maar ja, ik ben hongerig en hardleers. Vol goede moed bestellen we een warme hap. De vis is best lekker, maar de friet smaakt alsof hij tegelijk met de olie is opgewarmd. Ivo besluit dat deze eerste kennismaking met het nationale gerecht van Engeland meteen zijn laatste zal zijn. Omdat we behoorlijk hongerig zijn gaat de vette hap er alsnog redelijk in. 

Na het eten maken Ivo en ik nog even een ommetje door de stad. Lang duurt dat niet, met een half uurtje lopen heb je het oude gedeelte wel gezien. De stad is kennelijk ook populair bij de Engelsen zelf, want behalve mooi is het hier ook wel erg toeristisch. Langs de voorhaven loopt de boulevard, die net als in Lowestoft een beetje een ordinair tintje heeft. Veel friettenten en gokhallen, die de toeristen met allerlei flikkerende lampjes en tetterende geluidseffecten naar binnen proberen te lokken. Ik ben blij dat de jachthaven niet hier ligt, maar een eindje verderop. 
 
De voorhaven van Whitby
Wat het slechte weer betreft, heeft de havenmeester wel een beetje gelijk. De hemel is loodgrijs geworden, zachtjesaan begint het te regenen. Van de drukte van vanmiddag is niets meer te merken, we hebben de pier voor onszelf. Met zijn pieren en nauwe haveningang doet dit stadje ons een beetje denken aan het Franse St. Valery. Maar dan wel een grijze, verregende versie ervan. Hopelijk wordt het weer later wat beter..

Morgen gaan we de omgeving wat uitgebreider verkennen. Maar eerst maar eens iets doen wat we drie dagen lang niet gedaan hebben: lang, lekker en ongestoord slapen.

Wordt vervolgd....

Overal zie je souvenirwinkeltjes
We hebben de pier voor onszelf   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen