donderdag 11 juni 2015

We zijn weer terug!

Ivo en ik waren een tijdje weg, we hebben een bijzondere zeilreis gemaakt. Daarom zijn er de afgelopen weken eventjes geen nieuwe blogs verschenen. Wel waren we te volgen via Facebook en het zeilersforum. We hebben onderweg een boel lieve reacties gekregen. Heel veel mensen wensten ons een goede vaart en vroegen zich af hoe het ons vergaan was.



In de tweeënhalve week dat we weg waren, is er heel veel gebeurd. Teveel om in één verslag samen te vatten. Vandaar dat ik het verslag in verschillende delen zal doen. Om de eerste nieuwsgierigheid te stillen, schrijf ik nu alvast een eerste impressie, het uitgebreide verslag volgt later..
 
Onze vakantieplanning voor het jaar 2015 is als volgt: We willen meedoen met de Small Ships Race, een race van IJmuiden naar Lowestoft, speciaal voor kleine boten. Daarna willen we er eventueel nog een vakantie in het Verenigd Koninkrijk aan vast plakken. De Small Ships Race is vooral bedoeld om de drempel naar een langere oversteek te verlagen. In andere woorden, men wil van kustzeilers zeezeilers maken. Wij zijn van die typische kustzeilers. De trip naar de Kanaaleilanden hebben we in dagtochten gedaan. Onze langste tocht was zo'n achtentwintig uur. Daarna waren we doodop. Wij zouden toch graag ook eens langer door willen zeilen, dus zien we de Small Ships Race als ideale gelegenheid om nog eens met zo'n lange oversteek te oefenen. Gaat alles tijdens de overtocht goed, dan zullen we als vervolg hierop meteen nóg een langere tocht maken, richting het noorden van Engeland. Maar eerst maar eens zien hoe die Small Ships Race verloopt..

Woensdagochtend 20 mei verzamelen alle boten in de jachthaven van IJmuiden. Voor de race moet er nog van alles worden nagelopen, het is dan ook een drukte van belang op de kade. Veel tijd om te slapen krijgen we niet, pas om half één in de avond zijn we klaar om naar bed te gaan, en de afvaart is om vijf uur in de ochtend. 

De volgende ochtend is het zover. Met tientallen bootjes varen we tegelijk de haven uit, een bijzonder gezicht. Onderweg hebben we om de twee uur marifooncontact met de andere boten. Je hoort dus ook hoe het de andere deelnemers vergaat. Dat schept een band. De eerste paar mijl hebben we nog aardig wat zeegang, maar daarna wordt het rustiger. We hebben een zeer relaxte overtocht. Wat betreft het wachten lopen, daar moeten we onze draai nog even in vinden, maar we zijn al een stuk minder vermoeid dan de vorige keer. In de middag lopen we Lowestoft aan.
 
 Vertrek uit IJmuiden
Tussen de grote zeeschepen door
Vooral in de avond en in de nacht schieten we lekker op

Small ships in de haven van Lowestoft
Na de finish volgt het 'Captains Dinner' in de sjieke jachtclub van Lowestoft. Bijzonder om eens mee te maken. En heel gezellig, borrelen met alle nieuwe vrienden die we gemaakt hebben. Zondag drinken we koffie met Joost van de Sunday Morning Sunrise, een Marsvin van 22 voet. Hij laat ons zien hoe je een langere tocht plant, en wat voor programma's je gebruikt om een inschatting te maken van het weer. Even op Windfinder.com kijken is misschien genoeg voor een tochtje Lemmer-Enkhuizen, maar als je langer wilt varen heb je toch echt meer nodig. Zo worden ons de fijne kneepjes van het zeezeilen bijgebracht.

Doordat we tijdens de oversteek van IJmuiden naar Lowestoft redelijk uitgerust waren, hebben we het vertrouwen dat we een meerdaagse tocht aan zullen kunnen. We besluiten daarom door te gaan naar het Noorden. Eerst eens kijken of we Whitby kunnen halen. Dat ligt in de provincie Yorkshire. Daarna zien we of we wellicht verder kunnen varen.

De eerste paar uur varen we samen op met de Sunday Morning Sunrise. We hebben regelmatig marifooncontact, en als hij buiten bereik is houden we elkaar op de hoogte via SMS en het zeilersforum. Erg gezellig, zo'n virtuele reisgenoot. De oversteek duurt iets langer dan gepland, omdat we kampen met weinig wind. De wind die er is, is vaak ook nog eens een keertje tegen. Onderweg komen we van alles tegen. Harde wind, (best spannend) windstiltes (frustrerend om over je eigen GPS track heen te dobberen) vissersboten (onvoorspelbaar en daardoor best eng, eentje voer bijna dwars over ons heen!) en allerlei wilde dieren (hoogtepunt: een walvis die wel een kwartier lang met ons op gezwommen is). Het wachten draaien gaat steeds beter, ik voel me onderweg aardig uitgerust. En dat terwijl ik veel minder slaap dan thuis.

Weer onderweg

Onderweg komen we veel wilde dieren tegen, waaronder deze walvis..
Na bijna drie etmalen varen lopen we Whitby aan. We varen tussen de hoge kliffen door. Links en rechts zijn er schilderachtige huisjes tegen de groene heuvels aan geplakt. Op de heuveltop, uitkijkend over zee, staat een ruïne van een oude kathedraal. Dit stadje doet al heel wat exotischer aan dan het platte Lowestoft. Een mooie beloning na zo'n lange reis!

Whitby

Als we in Whitby zijn slaat het weer om. Het gaat harder waaien. Niet constant, maar om de een á twee dagen steekt er een harde wind op. Dat maakt het lastig om een gaatje te vinden voor nog een lange tocht. Verder naar het noorden gaat niet, het is zelfs maar de vraag of we vanuit Whitby op tijd naar huis kunnen. We vragen ons af of we pech hebben met het weer, of dat het normaal is voor een zeezeiler, dat je de meerderheid van de dagen niet kan uitvaren.

Gelukkig vervelen we ons niet in Whitby. We maken een ritje met de historische stoomtrein. Ook is er ruimte voor een overnachting in een nabijgelegen baai. Wel moeten we in de ochtend weer snel terug zeilen, voordat de harde wind weer aan gaat.

Het landschap is hier mooi en ruig, ruiger dan ik verwacht had. Ik had toch een vooroordeel over het landschap in Yorkshire. Ik dacht dat vooral een lieflijk Hobbit-achtig landschap zou zijn. Niet dus! Ik merk echt dat we al flink noordelijk zitten. Niet alleen aan het landschap, maar ook aan de korte nachten, de hoeveelheid wilde dieren die je ziet en de zee, die hier minder druk bevaren wordt dan ter hoogte van Lowestoft. Prachtig. Maar het doet me ook een beetje zeer, want als ik dit zie vraag ik me af wat er verder noordelijk nog te verkennen valt.
 
Voor anker in Runswick Bay
Donderdagmiddag lijkt zich eindelijk een geschikt moment voor de terugreis voor te doen. Helemaal zeker van onze zaak zijn we niet. Er is voor zaterdag harde wind voorspeld. Die waarschuwing geldt vooral voor de noordelijke helft van de Noordzee. Om die wind te ontlopen willen we eerst naar het zuiden varen, om dan pas over te steken. Je weet echter nooit zeker of je niet alsnog geraakt zal worden door een staartje van de harde wind...
 
Gezien tijdens de terugweg, een 'waterkraan'
En dat blijkt, want we komen zaterdag alsnog in vrij harde wind terecht. Windkracht vijf tot zes, met hele hoge golven, waarop het moeilijk sturen is. De boot slaat verscheidene keren bijna plat. Doodeng. Gelukkig zwakt de harde wind tegen het eind van de ochtend weer af. Daarna beginnen we aan de oversteek. We willen profiteren van de wind die nu goed is, dus besluiten we door te varen. Bij Den Helder naar binnen, de Waddenzee over en met de laatste sluis in Den Oever het IJsselmeer op. Maandagochtend, tegen een uur of vijf leggen we aan voor de sluis. Een overtocht van drie dagen, tien uur en vijfenveertig minuten. Het zit erop!

We kijken terug op een geslaagde vakantie. De Small Ships Race was bedoeld om de drempel naar langere tochten te verlagen. Dat is zeker gelukt, gezien de lange trips die we daarna maakten. Toch zien we onszelf nog niet als echte zeezeilers. Voor een oversteek is twee a drie dagen nog echt de max. Dat heeft vooral te maken met de betrouwbaarheid van het weerbericht. We hebben gemerkt dat zeilen op zee met harde wind toch nog best moeilijk en beangstigend is. Dus willen we tijdens de overtocht niet in harde wind terecht komen. Met een lange oversteek kan je dat gewoon niet voorspellen. Langs de kust kunnen we in theorie wel langere tochten maken. Als we dicht bij het land varen kunnen we immers weerberichten binnenhalen. Van daaruit kunnen we beslissen of we de volgende haven moeten binnenlopen, of we nog verder kunnen varen. Wat ons betreft past de beschrijving 'kustzeilers' vooralsnog beter bij ons.

Toch zijn we erg blij met deze nieuwe stap in onze ontwikkeling. Nu we een langere oversteek hebben gemaakt, en we ook meerdaagse tochten aankunnen, wordt ons zeilgebied behoorlijk vergroot. Ik heb al zin in het volgende jaar.. 



 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen