donderdag 8 januari 2015

Zeilen naar de Kanaaleilanden, deel dertien


Volgende stop: Jersey!
We zijn inmiddels op de Kanaaleilanden aan gekomen. Na een oncomfortabel etmaal in een onbeschutte baai bij Sark, hebben mijn vriend en ik er genoeg van. We vertrekken. Door naar de volgende stop, het eiland Jersey. Naar een paar uurtjes zeilen zijn we er. Op een steigertje voor de haven wachten we totdat het water hoog genoeg is om de haven binnen te kunnen. Met laag water is de jachthaven een afgesloten bak met water waar niemand in of uit kan.
 
Drempel voor de jachthaven in Jersey
Voorlopig zijn we opgelucht dat we min of meer 'vast' liggen, aan een steiger. Minder leuk is de prijs van de haven. Dit eilandje is duidelijk gericht op een rijker publiek, zo merken we ook als we de stad verkennen. Reed men op Sark nog rond in paardenkarren, hier hebben we het idee in de toekomst beland te zijn. Alles is hypermodern en tot in de puntjes geregeld. Het busstation lijkt wel een luchthaven, compleet met heuse terminals.

We maken een busritje rond het eiland. Het eiland lijkt op en top Brits te zijn, maar tegelijk staan hier overal palmbomen, die weer heel erg on-Engels aandoen. Bij Portelet Bay stappen we uit, want we hebben gehoord dat het hier heel mooi is. Dat klopt. Het is een hele klim naar beneden, maar het strand is spectaculair.

Portelet Bay heeft bij vloed een los eilandje
Bij eb verschijnt er een landtong die de rots met het hoofdeiland verbindt..

Behalve mooie stranden en baaien is hier nog veel meer te zien. De kust van Jersey is bezaaid met verdedigingswerken, neergezet door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Sommige vragen een kleine toegangsprijs, verreweg de meesten zijn vrij toegankelijk. Op onze terugweg naar de bushalte bekijken we een complex van bunkers en uitkijktorens. Erg interessant!
 
Uitkijktoren van de Duitsers
Als we terug zijn in de haven zien we een klassiek scheepje naar binnen varen. Het legt aan tegen de kade, op een plek die bij eb droog valt. De mast wordt aan een lantarenpaal op de kade vastgeknoopt, zodat de boot niet de verkeerde kant op valt als het water weg is. Als de boot eenmaal is drooggevallen, gaat de bemanning als een razende met emmer en kwast in de weer. Ze schilderen de onderkant van de boot met verf die de aangroei van schelpen en zeepokken tegengaat. En die klus moet erop zitten voordat het water weer terug komt.
 
Een ligplaats die droog valt, handig voor onderhoud aan het onderwaterschip

We raken in gesprek met de bemanning van het bootje. Een stel dat voor langere tijd rond zeilt, net als wij. De man blijkt een bekend schrijver van zeilboeken te zijn, Peter Cumberlidge. We krijgen massa's tips van ze, en een gesigneerd exemplaar van zijn laatste boek. Een superontmoeting.

Na twee dagen in de marina van St. Helier, besluiten we maar weer eens verder te gaan. Jersey is een leuk eiland, maar al die marina's tikken aardig aan. We besluiten het ankeren een tweede kans te geven. In de Lonely Planet lees ik dat Beauport Bay ook de moeite waard moet zijn. Misschien een leuke plek om met de boot te bezoeken, en een nacht voor anker te gaan? We gaan het gewoon proberen....

Wordt vervolgd..
Overal, werkelijk overal, zijn er schitterende baaien..
Terugtrekkend water..

Rotsen in de buurt van Portelet Bay
Het fort van St Helier, vanaf het water gezien




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen