dinsdag 2 december 2014

Zeilen naar de Kanaaleilanden: Deel tien

Een lange oversteek betekent ook: 's nachts doorvaren
 Hier alweer het tiende deel van het verslag over onze grote reis naar de Kanaaleilanden. Van St Valery varen we door naar Fecamp. Fecamp is de laatste stop voor onze eerste echt grote oversteek. We zijn van plan de Seinebaai dwars over te steken. Bestemming Cherbourg, met St. Vaast als eventuele uitwijkhaven. Een oversteek van zo'n tachtig mijl... 

We zouden deze afstand ook in twee of drie etappes af kunnen leggen. Maar dan zouden we nog twee weken nodig hebben om op de Kanaaleilanden te komen. Zoveel tijd hebben we niet. Dus besluiten we om het in één ruk te doen.

Na een paar dagen Fecamp is het zo ver. We vertrekken in de middag. We hebben wind tegen, waardoor de te varen afstand een stuk langer wordt. Maar dat vinden we niet erg, want er is genoeg wind. De sfeer zit er goed in. We steken de traffic lanes over, en zien de zon in het water zakken.

  
Afscheid van Fecamp

Altijd bijzonder tijdens langere tochten, je ziet de zon opkomen en ondergaan..

Na drie uur slapen is het mijn beurt om de wacht te houden. Ik heb wel vaker in de nacht gevaren, maar nu voel ik me erg alleen. De boot gaat redelijk scheef, we hebben windkracht vier. Overdag de normale gang van zaken. Maar in een donkere nacht als deze, doet het me beseffen hoe kwetsbaar we zijn. Het gevoel dat over me heen komt, doet me denken aan de tekst van Space Oddity

..Here, am I sitting in a tin can,
Far above the world..
Planet Earth is blue, and there's nothing I can do...

Ook wij zitten in een notendopje, op uren varen van de bewoonde wereld. Om ons heen is er niks, niets dan zee. Als er iets gebeurt zijn we op onszelf aangewezen. Ik stel mezelf gerust met de gedachte dat dit overdag feitelijk niet anders is. Ik oriënteer me op vuurtorens en boeien, maar een bui voor me doet de lampjes verdwijnen. Het is opeens pikdonker en de wind doet raar. Dat zie je wel vaker bij buien, maar toch maakt het me knap onzeker. Ik besluit mijn vriend erbij te roepen. Hij is wat chagrijnig, maar ziet al snel dat het wel een heftige bui is. Ook de wind is draaiende, naar een voor ons ongunstige richting. Maar op het donker en de regen na, zijn de omstandigheden niet uitzonderlijk. Gewoon doorvaren dus, zodat mijn vriend nog wat slaap kan pakken. Dat doe ik dan maar..

Na een paar uur wordt het lichter. Eindelijk! Het voelt echt als een beloning. Ik kan de andere kant van de Seinebaai al zien. Ik heb het gevoel alsof ik op een zomerse bestemming af vaar. Alles lijkt hier zoveel warmer dan Fecamp, waar we gistermiddag uit vertrokken zijn. Of zou dat komen doordat de voorheen grijze lucht weer helemaal opengetrokken is? 
  
In Cherbourg kom je al palmbomen tegen!
Mijn vriend pakt het roer over, ik ga een dutje doen. We zijn er nog lang niet. Door de draaiende wind komen we pas om vier uur 's middags in Cherbourg aan. Doodmoe zijn we. Toch hebben we een grote grijns op ons gezicht. Het voelt alsof we een oceaan zijn overgestoken. En ik ben stiekem ook wel trots dat we een nacht hebben doorgevaren. Het landschap ziet er hier weer heel anders uit. Werkelijk overal staan heuse palmbomen. Waarschijnlijk zijn de bewoners van de stad maar wat trots dat die hier groeien kunnen... We vieren onze overwinning met bier en pizza. En daarna, om een uurtje of half negen naar bed. Cherbourg verkennen, dat komt de volgende dag wel..

Wordt vervolgd...



Doordraijer in de haven van Cherbourg

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen